Der Dodo

Der Dodo Wahrscheinlich ähnlich intelligent wie Tauben

Der Dodo oder auch die Dronte, seltener Doudo oder Dudu, war ein etwa einen Meter großer, flugunfähiger Vogel, der ausschließlich auf der Insel Mauritius im Indischen Ozean vorkam. Der Dodo ernährte sich von vergorenen Früchten und nistete auf dem. Der Dodo oder auch die Dronte, seltener Doudo oder Dudu, (Raphus cucullatus, „kapuzentragender Nachtvogel“, früherer lateinischer Name Didus ineptus) war. Der Dodo lebte einst auf der Insel Mauritius und ist vor etwa Jahren ausgestorben. Schon immer hat dieser flugunfähige Vogel die. Der Vogel Dodo wurde vor Jahren ausgerottet. Alles, was man über ihn weiß​, beruht auf historischen Berichten und merkwürdigen. Der früheste schriftliche Beleg für das Wort Dodo stammt aus dem Tagebuch von Kapitän Willem van West-Zanen von Allerdings ist nicht auszuschließen.

Der Dodo

Der Vogel Dodo wurde vor Jahren ausgerottet. Alles, was man über ihn weiß​, beruht auf historischen Berichten und merkwürdigen. Vielen Arten aber droht das Aussterben. Deshalb erinnern wir heute an einen Vogel, dem dieses Schicksal beschieden war: den Dodo. Kaum von Europäern entdeckt, war der Vogel auch schon ausgestorben. Das Schicksal des Dodo ist vielleicht nicht einzigartig, zeigt aber. Golden Garden kindgerecht, alles leicht verständlich und gut für Referate in der Schule. Dodos lebten von Fallobst und vielleicht auch noch Der Dodo NüssenSamen und Wurzeln. Aber uns reicht das nicht, wir wollen dich wieder. Alles, was wir heute von ihm haben: die entschlüsselte DNA, mehrere Seiten lang, sehr viele Knochen, sortierte Knochen, unsortierte; Skelette, manche mit Kopf, manche ohne; unzählige Zeichnungen und Bilder, eines davon bei "Alice in Wonderland"; dreidimensionale Rekonstruktionen in Museen, solche aus der Nachkriegszeit und ein Beste Spielothek in BГјttstedt finden aus den letzten Jahren. Dodo, du wirst wiedergeboren wie am Tag Das Sonnenlicht. Informationen zu den Urhebern und zum Lizenzstatus eingebundener Mediendateien Cristiano Ronaldo Steuerhinterziehung Bilder oder Videos können im Regelfall durch deren Anklicken abgerufen werden. Neue Kollektion in Weinrot und Blau.

Jahrhundert ausgerottet, der Rodrigues-Solitär hielt bis zur Mitte des Jahrhunderts durch, ehe er ebenfalls verschwand. Eine neue Studie südafrikanischer Forscher versucht nun, etwas mehr Licht in die Frage zu bringen, wie der Dodo einst lebte.

Denn obwohl der Vogel eine Ikone des Artenschutzes und sogar sprichwörtlich geworden ist "dead as a dodo" , gibt es noch jede Menge Unklarheiten und Widersprüche.

Das beginnt schon beim Aussehen: Zeitgenössische Berichte sprachen von braunen ebenso wie von schwarzen oder taubenblauen Tieren. Der Hals sei nackt gewesen wie bei einem Geier Normalerweise graubraun, liefen sie dann für einige Zeit in einem schwarzen Daunenkleid umher, bis die neuen Federn nachgewachsen waren.

Zu ihren Ergebnissen kamen die Forscher durch genaue Analysen der Mikrostrukturen in den Knochen von 22 Dodos, die an verschiedenen Stellen von Mauritius gefunden worden waren.

Zugleich konnten die Forscher so das Knochenwachstum untersuchen und daraus den Lebens- und Jahreszyklus des ausgestorbenen Vogels rekonstruieren.

Was laut Angst eine Lücke füllt, denn obwohl Mensch und Dodo fast ein Jahrhundert lang nebeneinander auf der Insel existierten, wurde so gut wie gar kein Wissen über den ökologischen Kontext des Vogels überliefert.

Die Dodo-Küken konnten damit in einer milden und futterreichen Saison schlüpfen und so viel fressen, dass sie rasch wuchsen. In dieser Jahreszeit wird Mauritius von Zyklonen und starken Regenfällen heimgesucht, die Blätter und Früchte — seinerzeit vermutlich die Hauptnahrung der Dodos — von den Pflanzen peitschen und so das Nahrungsangebot schmälern.

War diese Zeit des Darbens vorbei, traten die Dodos in die Mauser ein, die den Körper ebenfalls einiges an Energiereserven kostet, um bis zur neuen Brutsaison wieder optimale Fitness zu erreichen.

Dieses Muster deckt sich laut der Forscherin zum einen mit dem Mauserverhalten heute noch auf Mauritius lebender Vögel — darunter auch eine beträchtlich kleinere Dodo-Verwandte, die Rosentaube Nesoenas mayeri.

Zum anderen würde es auch zu den Berichten zeitgenössischer Seefahrer passen, die zu unterschiedlichen Jahreszeiten auf Mauritius waren.

Zum Teil lässt sich dies laut Angst und ihren Kollegen durch die wetterbedingten heftigen Fluktuationen im Nahrungsangebot erklären, die den Dodo monatelang auf Diät setzten, ehe er sich wieder vollfressen konnte.

Die wurden schwankungsfrei gefüttert und teilweise sogar gemästet, um mehr Fleisch zu liefern. De wetenschappers David Roberts en Andrew Solow schreven in in het blad Nature dat ze een statistische methode ontwikkeld hadden waarmee berekend kon worden hoelang een soort waarschijnlijk overleefde na de laatste waarneming.

Ze gebruikten de tien laatste waarnemingen van de dodo en kwamen tot de conclusie dat de dodo vermoedelijk pas uitstierf rond De dodo is niet bepaald de enige vogel die op Mauritius is uitgestorven, van de oorspronkelijke 45 soorten vogels verdwenen er uiteindelijk Ook de rode ral Aphanapteryx bonasia kon niet meer vliegen en kwam in de zeventiende eeuw voor op het eiland.

De rode ral verdween vermoedelijk rond De dodo was lange tijd slechts een van zovele uitgestorven dieren door toedoen van de mens.

Later besefte men dat de dodo lang niet de enige diersoort was die door direct handelen van de mens was uitgestorven. Deze vrij recente uitstervingsgolf waarbij allerlei dieren verdwijnen door toedoen van de mens wordt wel de holocene extinctie genoemd, ook de naam antropogene extinctie wordt wel gebruikt wat de lading beter dekt.

Tegenwoordig is de dodo een van de bekendste dieren die door de mens is uitgeroeid. Waar de reuzenpanda een iconisch symbool is voor bedreigde diersoorten vervult de dodo deze rol als het uitgestorven dieren betreft.

De dodo leefde tot enkele honderden jaren geleden en is dus vrij recentelijk uitgestorven. Van de meeste uitgestorven dieren zijn alleen fossiele sporen bekend.

Van recentelijk verdwenen vogelsoorten is meestal wel een geprepareerd exemplaar bekend. Een opgezette vogel wordt ook wel een balg genoemd.

Van de dodo is er echter geen enkele bewaard gebleven; alleen vele botten van verschillende exemplaren, enkele schedels en een poot resteren nog.

De meeste schetsen van de dodo zijn gebaseerd op opgezette exemplaren. Deze hadden vaak geen natuurgetrouwe lichaamsvorm.

De lijken van vogels werden toentertijd simpelweg volgepropt met stro of ander plantaardig materiaal tot het 'vol' was, hierbij had men geen oog voor de oorspronkelijke lichaamsverhoudingen.

Andere tekeningen zijn gebaseerd op dieren die langere tijd in gevangenschap werden gehouden en sterk overvoerd werden.

Daarnaast vertoonden dodo's die werden meegenomen naar het thuisland vaak misvormingen. Schilderijen werden vaak vervaardigd zonder dat de kunstenaar het geportretteerde onderwerp in levenden lijve had gezien.

Veel tekeningen zijn gekopieerd of nageschilderd naar overvoerde dodo's of slecht opgezette exemplaren.

Reisverslagen van zeelui die de dodo wel hebben gezien, zijn tegenstrijdig. Sommigen spreken van slanke dodo's die rechtop staan, anderen van dikke dodo's die door hun poten zijn gezakt en met hun achterste over de grond slepen.

Op latere schetsen werd het postuur veel forser voorgesteld. Waarschijnlijk deden de tekenaars dit ook om hun tekening spectaculairder te maken.

Willem IJsbrantsz. Bontekoe schreef dat de dodo zo dik was dat het dier nauwelijks kon lopen. De waarnemingen van Bontekoe worden echter als onbetrouwbaar beschouwd.

Afbeeldingen van de dodo wijken sterk van elkaar af en er zijn vermoedelijk maar weinig natuurgetrouwe schetsen van het dier gemaakt.

Wilde dodo's hadden waarschijnlijk geen opvallend groot achterlijf en waren niet zo dik als vaak werd afgebeeld. Uit onderzoek in blijkt dat de vroegst gemaakte schetsen van de vogels in het wild vermoedelijk het meest natuurgetrouwe beeld geven.

Van slechts enkele schetsen is met zekerheid bekend dat ze gemaakt zijn van levende of pas gedode exemplaren op het eiland Mauritius zelf.

Deze schetsen zijn waarschijnlijk gemaakt door Joris Joostensz Laerle in , die ook vele andere dieren heeft getekend. Deze schetsen tonen een vrij slanke dodo.

Ook latere wetenschappelijke publicaties door wetenschappers zoals ornithologen en historici over de dodo zijn gebaseerd op speculaties.

Dit komt doordat tekeningen en verslagen niet correct zijn geanaliseerd, er te veel waarde is gegeven aan alle mogelijke beschikbare gegevens en onvolkomenheden werden genegeerd.

De dodo was populair als studieobject en veel gegevens over het dier die niet goed bekend waren zijn uit enthousiasme door de auteur ingevuld.

Moderne reconstructies door de wetenschappers Kirchner en Hume pleiten voor een slanke dodo die bovendien hard kon lopen.

Een reconstructie van de dodo in Naturalis Biodiversity Center in Leiden laat een model zien naar de huidige wetenschappelijke inzichten.

Hier is de dodo duidelijk slanker dan veel tekeningen uit de zeventiende eeuw weergeven. Er zijn maar zeer weinig overblijfselen bekend van de dodo.

Dit komt omdat er in de zeventiende eeuw slechts enkele exemplaren naar Europa zijn gebracht. Als men toen de huidige waarde had gekend van een enkele goed geconserveerde dodo in de 21 eeuw waren er ongetwijfeld meer resten bewaard gebleven.

Bovendien stond men er in de zeventiende eeuw niet bij stil dat dieren door de negatieve invloed van mensen konden uitsterven.

De eerste wetenschapper die hiervoor waarschuwde was Georges Cuvier in , ruim een eeuw nadat de dodo was verdwenen.

De weinige exemplaren die wel in musea terechtkwamen werden vaak zwaar beschadigd door ongedierte aangezien de taxidermie nog in de kinderschoenen stond.

De dodo was ook niet populair bij verzamelaars. Dit in tegenstelling tot kleurrijke paradijsvogels en levendige papegaaien. Ook opgezette exemplaren van dergelijke felgekleurde soorten vonden gretig aftrek in natuurcollecties.

De enige overblijfselen die nog zachte weefsels bevatten stammen van het exemplaar dat in in Londen werd gebracht. Het dier overleed en werd opgezet en ergens tussen en werd het preparaat verkocht aan een welgestelde familie.

Later werd deze dodo geschonken uit de erfenis aan het Ashmolean Museum in Oxford. Het stond hier lange tijd in een depot maar werd steeds duidelijker dat dit dier het enige overblijfsel was van een ooit algemeen voorkomende soort.

Dit opgezette exemplaar werd later toegevoegd aan de collectie van het Natuurhistorisch Museum van Oxford Engeland.

De resten werden echter zwaar aangetast door verschillende insectenlarven en mijten die de veren opaten. Deze plaagdieren bedreigden de gehele collectie en de dodo werd in opdracht van de directeur in nagenoeg geheel verbrand: alleen de kop en de poot zijn nog over.

Rondom de kop is gedroogde huid aanwezig en ook een complete poot heeft de hitte doorstaan. In het Zoologisk Museum te Kopenhagen bevindt zich een beroemde schedel.

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum, thans Naturalis Biodiversity Center in Leiden bezit negentiende-eeuwse afgietsels van zowel de poot uit Oxford als de schedel uit Kopenhagen.

Tevens heeft dit museum twee dijbenen, vier scheenbenen en vier middenvoetsbeentjes in zijn bezit. Het Mineralogisch-Geologisch Museum in Delft had tot een gereconstrueerd skelet in de collectie dat samengesteld was uit twee dodo's aangevuld met gipsafdrukken.

In het Natuurhistorisch Museum van Port Louis Mauritius bevindt zich het meest complete dodoskelet, [36] gevonden in door de amateurpaleontoloog Etienne Thirioux.

In musea over de gehele wereld zijn skeletresten te vinden. Deze stammen vrijwel allemaal uit de negentiende eeuw.

In werden opgravingen gedaan in Mare aux Songes , een moerasgebied. Aanvankelijk werden de dierlijke botten vermalen om ze als mest te gebruiken op het land, tot ontdekt werd dat sommige botten aan de dodo toebehoorden.

De leeftijd van de botten wordt geschat op ongeveer jaar. In oktober vonden enkele Nederlandse en plaatselijke onderzoekers op Mauritius enkele honderden botten en resten van het milieu waar de dodo in geleefd zou hebben; die vondsten waren circa tot jaar oud.

Hiermee zou voor het eerst een beeld geschetst kunnen worden van de leefwijze van de dodo. Doel van de expeditie was een reconstructie te maken van de wereld waarin de dodo leefde voordat de westerse mens voet aan land zette op Mauritius en de dodo uitstierf.

De expeditie moest meer licht werpen op de oorzaken van het verdwijnen van de dodo en zijn ecosysteem. Op 23 juni werd bekendgemaakt dat er een intact skelet van het onderlichaam van een dodo gevonden is; het is een heup, vier bijpassende beenbotten en andere botten, alsmede veel omgevingsmateriaal.

Er is goede hoop dat er in het gebied ooit een volledig dodoskelet gevonden zal worden. De gevonden dodo-botten kunnen in Naturalis bekeken worden.

In augustus is opnieuw een expeditieteam naar Mauritius geweest. Onder de expeditieleden bevonden zich deze keer ook grondwaterdeskundigen van het TNO Bouw en Ondergrond.

Zij hebben in het onderzoeksgebied van , het drooggevallen moeras Mare aux Songes aan de zuidoostkant van het eiland, een bouwput gemaakt.

Hiertoe werden eerst vier damwanden in de grond gebracht. Daartussenin werd de put uitgegraven. Door wegpompen vanuit de diepte werd voorkomen dat onder de damwanden door water zou toestromen en de put zou vollopen.

De put was anderhalve meter diep en drie meter breed. Met Nederlandse trots werd gesproken van een 'Dodo- polder '. De expeditie keerde terug met botten, niet alleen van de dodo, maar bijvoorbeeld ook van schildpadden.

Dertig mud aan opgegraven botten werd in het moeras achtergelaten. Dat achterlaten was de betrouwbaarste manier van bewaren.

De bovenste laag op de plek van de put bestond uit basaltblokken die in de jaren zestig in het moeras waren gedumpt om de malariamug te bestrijden door de habitat van de larven te vernietigen.

Onder deze 50 centimeter dikke laag volgt een laag van cm bestaande uit gyttja en houtresten. Daaronder ligt een acht meter dikke laag van koraalzand.

Dat koraalzand heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat juist hier zoveel botten te vinden waren. Een vulkanisch eiland als Mauritius heeft over het algemeen een zure bodem.

De kalk uit het koraal zorgde ervoor dat het zuur in dit moeras geneutraliseerd werd. In tijden van droogte was hier het enige drinkwater van goede kwaliteit van het eiland te vinden.

Het is dus niet vreemd dat alle dieren zich bij dit moeras verzamelden. Of die dieren ook allemaal tegelijk bij een ramp zijn omgekomen, is nog een open vraag.

Inmiddels is gebleken dat de fossiele resten jaar oud zijn. Een ander doel van de expeditie was onderzoek te doen naar landschappelijke aspecten van het eiland.

Men wil proberen het ecosysteem van destijds te reconstrueren. Dat is niet eenvoudig, omdat niet alle levensvormen in gelijke mate bewaard zijn gebleven.

De dodo verdween in een tijd waarin de studie van de vogels ornithologie nog geen gespecialiseerde tak van de wetenschap was.

Hierdoor worden de meeste originele beschrijvingen beschouwd als niet erg betrouwbaar. Schilderijen en tekeningen blijken sterk speculatief daar geen enkel schildering of tekening een exacte overeenkomst toont met enige andere weergave.

Een van de dodo's die in India terechtkwam, is samen met andere vogels op een schilderij uit circa afgebeeld.

Het kunstwerk is vermoedelijk door Ustad Mansur geschilderd en kwam uiteindelijk in de Hermitage Sint-Petersburg in Sint-Petersburg terecht. Hier werd het portret van de dodo in herkend door de Russische bioloog Ilja Ivanov.

De Duitse zoöloog Erwin Stresemann — beschouwde dit schilderij als de meest natuurgetrouwe afbeelding van een dodo die tot dan toe was gemaakt.

Twee experts op het gebied van de studie van de dodo die veel hebben gepubliceerd en nog steeds onderzoek verrichten zijn de Britse ecoloog en ornitholoog Anthony Cheke en de eveneens Britse paleontoloog Julian Hume Een bekende Nederlandse dodo-onderzoeker is Leon Claessens.

De dodo had een overwegend grijze kleur, de veren waren grijs en die op de staart en poten waren lichter tot wit. Ook de buikzijde was lichter van kleur.

De huid van de kop was donkerder dan het verenkleed. De dodo was een vrij plompe vogel die niet kon vliegen en waarschijnlijk een op een eend gelijkende, waggelende gang had.

De dodo had de bouw van een kalkoen maar was groter en wat omvang betreft vergelijkbaar met een zwaan. Het verenkleed bestond voornamelijk uit donzige veren.

De staartveren vormden een pluimachtig geheel. De vleugels waren sterk gedegenereerd en moeilijk te zien.

Het aantal slagpennen aan de vleugels was sterk gereduceerd. Ook de spieren aan de borstkas en de kam op het borstbeen waaraan de spieren waren aangehecht zijn grotendeels verdwenen, zodat de dodo een vrij plat borstbeen bezat.

De poten van de dodo waren kort en dik, ze waren geel van kleur. De poten droegen vier tenen, drie aan de voorzijde en een opponeerbare teen die naar achteren wees en diende als een soort "duim".

Alle tenen droegen stevige, zwarte klauwen. Het bekken en de beenderen van de poten waren -in tegenstelling tot de vleugels- wel goed ontwikkeld en sterk vanwege de strikt lopende levenswijze.

Uit verslagen van scheepslui blijk dat ze zeer snel en behendig konden rennen als ze in gevaar waren. Over hoe zwaar de dodo kon worden is enige discussie.

Er zijn schattingen die hem een gewicht van meer dan 20 kilogram toeschrijven. De dodo zou daarmee lichter geweest zijn dan veel illustraties van het dier aangeven.

De kop was aan de voorzijde kaal, pas achter de ogen en boven op de kop waren veren aanwezig. De veren op de kop stonden iets omhoog, wat enigszins doet denken aan een capuchon.

De ogen hadden een oranje tot witte iris , die afstak tegen de donkergrijze tot zwarte huid. De zware snavel was relatief breed en lang en had een rond uiteinde, de snavel was duidelijk naar onderen gekromd.

De snavel had een duidelijke 'overbite'; het bovenste deel van de snavel overlapte het onderste deel. Een groot deel van de snavel en de randen waren geel tot groengeel van kleur.

De snavelpunt was zwart van kleur. De neusgaten waren aan de voorzijde van de snavel geplaatst en waren opvallend dicht bij de snavelpunt gelegen.

De snavel was hierdoor zeer geschikt om hard voedsel te kraken, zoals harde zaden. De snavel werd ook gebruikt om te vechten en ter verdediging, zie onder levenswijze.

Het skelet van de dodo lijkt sterk op dat van een duif, hierdoor werd al lange tijd vermoed dat de dodo aan de duiven verwant was.

Uit reconstructies van het skelet van de dodo blijkt dat het dier een opgerichte lichaamshouding had.

De botten van de vleugels zijn erg klein en duidelijk rudimentair. De botten van de poten daarentegen zijn goed ontwikkeld.

De knieschijven van de dodo waren verbeend, wat de theorie ondersteunt dat het dier erg hard kon lopen. De schedel is relatief groot, zowel het hoofd zelf als de snavel zijn duidelijk groter dan die van de verwante soort rodriguezsolitair.

Het grootste deel van de schedel bestaat uit de langwerpige, brede snavel. Pas in werd ontdekt dat de snavel als het ware op slot kon worden gezet, wat er op wijst dat als het dier beet het ook erg vasthoudend kon zijn, vergelijkbaar met een hond.

Over de levenswijze van de dodo zijn weinig directe waarnemingen bekend. De habitat en de vermoedelijke voedselbron zijn wel beschreven maar het natuurlijke gedrag is nooit goed bestudeerd.

Uit studies van de structuur van de botten van de dodo uit zijn wel enkele waarnemingen gedaan die enig licht werpen op de jaarlijkse cycli van de dodo.

Onder andere de periode van rui , broedperiode en een periode van vasten, waarbij weinig voedsel beschikbaar was, zijn aan de botten af te lezen.

Dankzij het gedrag van in gevangenschap gehouden dieren op schepen, dus buiten de natuurlijke habitat, zijn ook enkele waarnemingen bekend.

Dodo's waren vermoedelijk vrij sociale vogels die niet alleen hun jongen beschermden maar ook opkwamen voor soortgenoten. De meubelmaker Volkert Evertsz beschreef eens dat hij een dodo bij de poot optilde waarbij het dier begon te gillen.

Vervolgens kwamen andere dodo's naar het slachtoffer toegelopen om het te helpen. Het is aannemelijk dat de snavel van de mannetjes werd gebruikt om concurrerende soortgenoten uit het territorium te houden.

De vrouwtjes zetten per keer een enkel ei af in een nest bestaande uit takjes. Het ei werd vermoedelijk bewaakt door de ouderdieren. In het museum zelf wordt een replica tentoongesteld.

De dodo was een herbivoor die vermoedelijk leefde van de zaden en vruchten van verschillende planten. Om de vertering te bespoedigen slikte de dodo regelmatig stenen in die hielpen bij het vermalen van het voedsel in de maag.

Dergelijke maagstenen worden wel gastrolieten genoemd en zijn ook bekend van andere vogels en andere dieren als reptielen.

De functie van het inslikken van dergelijke stenen was toentertijd echter nog niet bekend. Er werd daarom wel beweerd dat vogels als de dodo -maar ook de struisvogel die eenzelfde gedrag vertoont- stenen en ijzer inslikte en verteerde en zelfs dat het dier gloeiend hete kolen at.

Van sommige planten werd wel beweerd dat de dodo de enige vogel was die ze kon doen ontkiemen door de zaden op te eten en weer uit te poepen.

Op Mauritius komt de zogenaamde dodoboom Sideroxylon grandiflorum voor, die plaatselijk onder de naam tambalacoque bekend is.

De dodoboom zou sinds het verdwijnen van de dodo bijna uitgestorven zijn. Rond werd door een zekere Stanley Temple het idee geopperd dat het verdwijnen van de dodo hierin een cruciale rol zou spelen.

Volgens hem konden de zaden van deze boom slechts ontkiemen nadat zij het spijsverteringskanaal van de dodo hadden gepasseerd.

Deze rol zou later enigszins zijn overgenomen door uitgezette kalkoenen. Voor deze theorie zijn echter geen steekhoudende bewijzen gevonden.

Ook na het uitsterven van de dodo zijn er nog zaden van de boom ontkiemd. Tot op dit moment zijn deze bomen nog op Mauritius aanwezig en ze zijn niet eens zeldzaam.

De dodo werd in de vroege zomer van beschreven door een bemanningslid van het schip de Utrecht. Waarschijnlijk was dit het seizoen waarin het minste voedsel te vinden was voor de vogel.

Hij beschreef dat de dodo recht overeind liep, "alsof het een mens was". De dodo had geen noemenswaardige natuurlijke vijanden.

Uit verslagen blijkt dat de vogels niet schuw waren en goed te benaderen. Als er op de dodo werd gejaagd kon deze zich met de snavel verdedigen.

De dodo kon met zijn grote en krachtige snavel vervaarlijk van zich af bijten. Een van de bemanningsleden van een schip onder commando van kapitein Pieter Willemsz.

Verhoeff werd eens door een dodo in zijn bil gebeten. In vroegere tijden stond de dodo bekend als een symbool voor exotische oorden en eveneens voor gulzigheid en vraatzucht door het vermeende dikke lijf.

Tegenwoordig speelt de dodo in het bijzonder een rol in de cultuur door zijn ondoorgrondelijkheid. Vlak na het uitsterven van het dier eind zeventiende eeuw was er steeds minder aandacht voor de vogel.

Enige tijd werd zelfs geopperd dat de dodo -net als andere mystieke dieren zoals de yeti - nooit echt heeft bestaan en dit heeft wellicht bijgedragen aan de huidige mythische status.

De dodo was voornamelijk bekend door tekeningen en schetsen uit de vroege zeventiende eeuw. Ruim honderd jaar lang was er nauwelijks aandacht voor de dodo, tot rond de interesse voor het dier weer oplaaide en de dodo weer onder de aandacht van de wetenschap kwam.

In publiceerden de biologen Hugh Edwin Strickland en Alexander Gordon Melville een standaardwerk over de dodo; The dodo and its kindred. Deze publicatie zorgde voor een grote opleving in de interesse naar de uitgestorven vogel.

De dodo is onderwerp in het gezegde "zo dood als een dodo", ook in andere talen is deze uitdrukking bekend, zoals het Engelse " as dead as a dodo ".

Het wordt gebruikt om aan te duiden dat iets hopeloos verloren is. De naam dodo staat ook synoniem voor een dom iemand die zich gemakkelijk laat strikken.

De dodo wordt als mascotte gebruikt voor verschillende zaken, vooral dingen die gerelateerd zijn aan Mauritius. Zo is de dodo opgenomen in de Nationale vlag van het eiland, staat de vogel afgebeeld op munten en heeft het watermerk van bankbiljetten de vorm van een dodo.

Ook het Mauritiaanse biermerk Brasseries de Bourbon gebruikt een dodo als logo. De dodo duikt verschillende malen op in de literatuur.

Wellicht het meest bekend is het optreden van de dodo in het sprookje Alice's Adventures in Wonderland uit door de Engelse wiskundige Lewis Carroll.

De dodo is hier een welbespraakte, enigszins bekakte figuur die eigenlijk Dodgson heette maar omdat hij stottert stelt hij zich steeds voor als "Do- Do- Dodgson".

De dodo is in het verhaal een karikatuur van de auteur, aangezien Caroll zelf ook stotterde en Lewis Caroll eigenlijk een pseudoniem was voor Charles Lutwidge Dodgson.

Een scene uit het verhaal Alice in wonderland beschrijft een wedstrijd waarbij een aantal doorweekte deelnemers net zo lang rondjes om een meer moeten rennen tot ze droog zijn.

Als uiteindelijk iedereen zich heeft drooggerend, verklaart de dodo dat alle deelnemers de wedstrijd hebben gewonnen.

Dat de ene deelnemer een veel grotere afstand heeft afgelegd dan de ander wordt als niet ter zake beschouwd. Deze vorm van logica wordt wel het "dodo-effect" Engels: dodo bird verdict genoemd en wordt gebruikt in de sociale psychologie als voorbeeld van hoe het niet moet.

De dodo speelt een bijrol in het jeugdboek De scheepsjongens van Bontekoe uit , geschreven door Johan Fabricius.

Een van de sleutelfiguren in het boek kent slechts twee dierenfamilies, de familie van de eetbare dieren en die van de niet-eetbare dieren.

De dodo werd in de eerste groep geplaatst en vervolgens aan het spit geregen. De schrijver Boudewijn Büch was naar eigen zeggen gefascineerd door de dodo.

Hij legde tijdens zijn leven een verzameling aan van wat volgens hem alle boeken waren die er ooit over de dodo geschreven zijn.

Jan Wolkers schreef een boek getiteld De walgvogel In dit verhaal wordt beschreven hoe de dodo's worden doodgeknuppeld en vervolgens opgegeten, totdat er geen enkele meer over is.

In mei verscheen een biografie van de dodo door Jan den Hengst : De Dodo, portret van een pechvogel.

In dit verslag werd de ondergang van de dodo beschreven. Binnen het fantasy-genre spelen de dodo eveneens een rol. In de Harry Potter - boeken van J.

Rowling komen dodo-achtige wezens voor, ze worden hier diricawls genoemd. In de Douwe Dabbert -stripverhalen speel de dodo een belangrijke rol als vriend en vertrouweling van de hoofdpersoon Douwe Dabbert.

De albums De schacht naar noord en De weg naar west draaien hoofdzakelijk om de dodo die de hoofdpersoon vergezelt. In de serie van De Kiekeboes draagt album de titel Bistro Dodo.

Via DNA-technologie wekken ze de dieren weer tot leven. Band of Misfits speelt de dodo een kleine rol. Hierin wordt het dier onder luid gejuich gepresenteerd aan wetenschappers, maar ontsnapt uiteindelijk ternauwernood aan het spit.

Een liedje van Kinderen voor Kinderen uit gaat over de dodo. Het dier werd hier als een karikatuur afgeschilderd; het lied had als refrein:.

In de onderstaande uitklapbare tabel zijn alle bekendere tekeningen, schetsen en schilderijen van de dodo opgenomen, met de betreffende kunstenaar, het jaartal van het werk en de gebruikte techniek.

In de onderstaande uitklapbare tabel zijn alle waarnemingen van de dodo opgenomen tussen en In het jaar werd het dier voor het eerst ontdekt en uit stamt de laatste waarneming van de dodo die enige geloofwaardigheid heeft.

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie. Dodo Status : Uitgestorven [1] Een moderne reconstructie van de dodo uit in het Natuurhistorisch Museum te Wenen.

Kindler Verlag AG , Pagina - ISBN 90 4. Indiana University Press ISBN Clusius, , Exoticorum libri decem, quibus animalium, plantarum, aromatum, aliorumque peregrinorum fructuum historiae describuntur Leiden, Plantijnsche Drukkerij, ex Officina Plantiniana Raphelengii, Liber V, Chapiter 4, p.

Volumes , Paris, J-B. Winkler Prins , Pagina - ISBN 90 10 3. Geraadpleegd op 6 december Flight of the Dodo.

Science , Brief Communications. Downloaded on 01 February Uitgeverij Wbooks , pagina Press Release 23 december Leiden, The Netherlands.

Persbericht, 22 mei Leiden, Nederland. The end of the fat dodo? A new mass estimate for Raphus cucullatus. Science Now 15 april Geraadpleegd op 17 april Angst, A.

Chinsamy, L. Hume , Bone histology sheds new light on the ecology of the dodo Raphus cucullatus , Aves, Columbiformes. Greenwood , pagina Geraadpleegd op 25 oktober Naamruimten Artikel Overleg.

Weergaven Lezen Bewerken Brontekst bewerken Geschiedenis. Gebruikersportaal Snelcursus Hulp en contact Donaties. Links naar deze pagina Verwante wijzigingen Bestand uploaden Speciale pagina's Permanente koppeling Paginagegevens Deze pagina citeren Wikidata-item.

Wikimedia Commons Wikispecies. Een moderne reconstructie van de dodo uit in het Natuurhistorisch Museum te Wenen. Taxonomische indeling. Rijk :.

Afbeeldingen op Wikimedia Commons. Dodo op Wikispecies. Biologie Vogels. Waaierduif Goura victoria. Manenduif Caloenas nicobarica.

Tandduif Didunculus strigirostris. Zie voor een lijst van alle vroege waarnemingen van de dodo de uitklapbare tabel onderaan.

Zie voor een lijst van de belangrijkste afbeeldingen van de dodo uit de vroege zeventiende eeuw de uitklapbare tabel onderaan.

Theodoor de Bry Kopergravure. Dit is de oudste tekening van een dodo, deze is links op de afbeelding te zien. De tekening is niet natuurgetrouw, zo is er een vleermuis te zien die met zijn kop naar boven!

Joris Joostensz Laerle Pentekening met potlood en inkt. Tekening uit het verslag van de Gelderland. Er worden verschillende dodo's afgebeeld die door meerdere tekenaars zijn vervaardigd.

Dit is te zien aan de verschillende tekenstijlen van de dieren, die soms nogal slordig zijn en niet natuurgetrouw. Een van de getekende dodo's was vermoedelijk dood, aangezien de ogen gesloten zijn.

Joris Joostensz Laerle was een professionele en geoefende tekenaar die verantwoordelijk is voor veel van de prenten in het scheepsverslag.

Carolus Clusius Houtgravure. Deze Vlaamse natuuronderzoeker heeft al zijn tekeningen gebaseerd op schetsen van andere tekenaars en is zelf nooit buiten Europa geweest.

Deze schets komt zijn boek Exoticorum libri decem. Hij kende Van Neck en Van Warwijck, commandanten van de eerste reis naar Mauritius, die exotische producten voor hem meenamen.

Het eivormige object aan de voeten van de vogel is overigens geen ei maar een gastroliet of maagsteen. Er is veel onduidelijkheid over deze tekening, bijvoorbeeld of het naar een levend of een opgezet exemplaar is gemodelleerd.

Veel lichaamsdelen kloppen niet, zoals de positie van de vleugels, de snavel en de grootte van de kop. De poten zijn waarschijnlijk later geschilderd waarbij een andere dodo model heeft gestaan.

De identiteit van de tekenaar is niet geheel duidelijk; lange tijd werd de schets aan Jacob Hoefnagel toegekend maar tegenwoordig wordt gedacht dat het Dirk de Quade van Ravesteyn moet zijn geweest.

Der Dodo - Navigationsmenü

HC Thurgau. Heute ist es gar nicht so einfach herauszufinden, wie die Dodos aussahen. Das Fleisch schmeckte nicht so besonders, aber wenn man es lange kochte, konnte man den Vogel essen. Vor allem haben ihn auch einige zeitgenössische Lyriker wie Mikael Vogel für sich entdeckt. Das Gefieder des Dodo war braungrau oder blaugrau. App: Dlf Audiothek Jetzt kostenlos herunterladen. Mehr zum Thema. Ein rätselhaftes Bild: Warum hielt der Zeichner einen toten Dodo fest? Dodos lebten von Fallobst und vielleicht auch noch von NüssenSamen und Beste Spielothek in Hamerstorf finden. Aber im Der Dodo lebte einst auf der Insel Mauritius und ist vor etwa Jahren ausgestorben. Das hellere Gefieder wäre dann dadurch erklärbar, dass es sich um Albinos oder um Jungvögel gehandelt haben könnte. Den berühmten Lotto Eurojackpot Gewinnchancen haben Gold und ihre Kollegen nun eine Untersuchung gewidmet, die gezielt auf das Organ blickte, das angeblich so simpel gewesen sein soll: das Gehirn. Der Dodo The name Der Dodo Sofort Гјberweisung ZurГјckbuchen introduced into English at the same time as dodo, but was only used until the 18th century. Het is maar de vraag of Van den Venne de dodo ooit Vera Hollin Kvan heeft gezien. The Lotto Eurojackpot Gewinnchancen was rediscovered by J. Bei zahlreichen der späteren Sichtungsberichte wird vermutet, dass sie sich in Wirklichkeit auf die ebenfalls flugunfähige und ebenfalls ausgerottete Mauritius-Ralle Beste Spielothek in Oedt an der Wild finden, so dass der genaue Zeitpunkt des Verschwindens nicht genau anzugeben ist. BBC 28 Comdirekt Werben Auch wegen Mobile X schwachen Brustmuskulatur konnte der Dodo nicht fliegen. De dodo lijkt totaal niet op die uit andere tekeningen, zo wijken het verenkleed en de snavel sterk af. Herhey, D. When 17th-century paintings of white dodos were discovered by 19th-century naturalists, it was assumed they depicted these birds. Van Spiele 40 Treasures - Video Slots Online planten werd wel beweerd dat de dodo de Beste Spielothek in Sorna finden vogel was die ze kon doen ontkiemen door de zaden op te eten en weer uit te poepen.

Skeletal elements of the upper jaw appear to have been rhynchokinetic movable in relation to each other , which must have affected its feeding behaviour.

In extant birds, such as frugivorous fruit-eating pigeons, kinetic premaxillae help with consuming large food items. The beak also appears to have been able to withstand high force loads, which indicates a diet of hard food.

This gave the dodo a good sense of smell, which may have aided in locating fruit and small prey. Several contemporary sources state that the dodo used Gastroliths gizzard stones to aid digestion.

About , as I walked London streets, I saw the picture of a strange looking fowle hung out upon a clothe and myselfe with one or two more in company went in to see it.

It was kept in a chamber, and was a great fowle somewhat bigger than the largest Turkey cock, and so legged and footed, but stouter and thicker and of more erect shape, coloured before like the breast of a young cock fesan, and on the back of a dunn or dearc colour.

The keeper called it a Dodo, and in the ende of a chymney in the chamber there lay a heape of large pebble stones, whereof hee gave it many in our sight, some as big as nutmegs, and the keeper told us that she eats them conducing to digestion , and though I remember not how far the keeper was questioned therein, yet I am confident that afterwards she cast them all again.

It is not known how the young were fed, but related pigeons provide crop milk. Contemporary depictions show a large crop, which was probably used to add space for food storage and to produce crop milk.

It has been suggested that the maximum size attained by the dodo and the solitaire was limited by the amount of crop milk they could produce for their young during early growth.

In , the tambalacoque, also known as the dodo tree, was thought to be dying out on Mauritius, to which it is endemic.

There were supposedly only 13 specimens left, all estimated to be about years old. Stanley Temple hypothesised that it depended on the dodo for its propagation, and that its seeds would germinate only after passing through the bird's digestive tract.

He claimed that the tambalacoque was now nearly coextinct because of the disappearance of the dodo. The Brazilian ornithologist Carlos Yamashita suggested in that the broad-billed parrot may have depended on dodos and Cylindraspis tortoises to eat palm fruits and excrete their seeds, which became food for the parrots.

Anodorhynchus macaws depended on now-extinct South American megafauna in the same way, but now rely on domesticated cattle for this service.

As it was flightless and terrestrial and there were no mammalian predators or other kinds of natural enemy on Mauritius, the dodo probably nested on the ground.

I have seen in Mauritius birds bigger than a Swan, without feathers on the body, which is covered with a black down; the hinder part is round, the rump adorned with curled feathers as many in number as the bird is years old.

In place of wings they have feathers like these last, black and curved, without webs. They have no tongues, the beak is large, curving a little downwards; their legs are long, scaly, with only three toes on each foot.

It has a cry like a gosling , and is by no means so savoury to eat as the Flamingos and Ducks of which we have just spoken. They only lay one egg which is white, the size of a halfpenny roll, by the side of which they place a white stone the size of a hen's egg.

They lay on grass which they collect, and make their nests in the forests; if one kills the young one, a grey stone is found in the gizzard. We call them Oiseaux de Nazaret.

The fat is excellent to give ease to the muscles and nerves. Cauche's account is problematic, since it also mentions that the bird he was describing had three toes and no tongue, unlike dodos.

This led some to believe that Cauche was describing a new species of dodo " Didus nazarenus ". The description was most probably mingled with that of a cassowary , and Cauche's writings have other inconsistencies.

It was donated by Marjorie Courtenay-Latimer , whose great aunt had received it from a captain who claimed to have found it in a swamp on Mauritius.

In , the curator of the museum proposed using genetic studies to determine its authenticity. Because of the possible single-egg clutch and the bird's large size, it has been proposed that the dodo was K-selected , meaning that it produced a low number of altricial offspring, which required parental care until they matured.

Some evidence, including the large size and the fact that tropical and frugivorous birds have slower growth rates, indicates that the bird may have had a protracted development period.

A study examined the histology of thin-sectioned dodo bones, modern Mauritian birds, local ecology, and contemporary accounts, to recover information about the life history of the dodo.

The study suggested that dodos bred around August, after having potentially fattened themselves, corresponding with the fat and thin cycles of many vertebrates of Mauritius.

The chicks grew rapidly, reaching robust, almost adult, sizes, and sexual maturity before Austral summer or the cyclone season. Adult dodos which had just bred moulted after Austral summer, around March.

The feathers of the wings and tail were replaced first, and the moulting would have completed at the end of July, in time for the next breeding season.

Different stages of moulting may also account for inconsistencies in contemporary descriptions of dodo plumage.

Mauritius had previously been visited by Arab vessels in the Middle Ages and Portuguese ships between and , but was settled by neither.

No records of dodos by these are known, although the Portuguese name for Mauritius, "Cerne swan Island", may have been a reference to dodos.

They appear in reports published in , which also contain the first published illustration of the bird. The journal by Willem Van West-Zanen of the ship Bruin-Vis mentions that 24—25 dodos were hunted for food, which were so large that two could scarcely be consumed at mealtime, their remains being preserved by salting.

For food the seamen hunt the flesh of feathered fowl, They tap the palms, and round-rumped dodos they destroy, The parrot's life they spare that he may peep and howl, And thus his fellows to imprisonment decoy.

Some early travellers found dodo meat unsavoury, and preferred to eat parrots and pigeons; others described it as tough but good. Some hunted dodos only for their gizzards, as this was considered the most delicious part of the bird.

Dodos were easy to catch, but hunters had to be careful not to be bitten by their powerful beaks. The appearance of the dodo and the red rail led Peter Mundy to speculate, years before Charles Darwin 's theory of evolution :.

Of these 2 sorts off fowl afforementionede, For oughtt wee yett know, Not any to bee Found out of this Iland, which lyeth aboutt leagues From St.

A question may bee demaunded how they should bee here and Not elcewhere, beeing soe Farer From other land and can Neither fly or swymme; whither by Mixture off kindes producing straunge and Monstrous formes, or the Nature of the Climate, ayer and earth in alltring the First shapes in long tyme, or how.

The dodo was found interesting enough that living specimens were sent to Europe and the East. The number of transported dodos that reached their destinations alive is uncertain, and it is unknown how they relate to contemporary depictions and the few non-fossil remains in European museums.

Based on a combination of contemporary accounts, paintings, and specimens, Julian Hume has inferred that at least eleven transported dodos reached their destinations alive.

Hamon L'Estrange's description of a dodo that he saw in London in is the only account that specifically mentions a live specimen in Europe.

In Adriaen van de Venne drew a dodo that he claimed to have seen in Amsterdam, but he did not mention if it were alive, and his depiction is reminiscent of Savery's Edwards's Dodo.

Two live specimens were seen by Peter Mundy in Surat, India, between and , one of which may have been the individual painted by Ustad Mansur around Right wo and lovinge brother, we were ordered by ye said councell to go to an island called Mauritius, lying in 20d.

Perce, who did arrive with the ship William at this island ye 10th of June. Perce you shall receive a jarr of ginger for my sister, some beades for my cousins your daughters, and a bird called a Dodo, if it live.

Whether the dodo survived the journey is unknown, and the letter was destroyed by fire in the 19th century. This collection includes paintings of other Mauritian animals as well, including a red rail.

The dodo, which may be a juvenile, seems to have been dried or embalmed, and had probably lived in the emperor's zoo for a while together with the other animals.

That whole stuffed dodos were present in Europe indicates they had been brought alive and died there; it is unlikely that taxidermists were on board the visiting ships, and spirits were not yet used to preserve biological specimens.

Most tropical specimens were preserved as dried heads and feet. One dodo was reportedly sent as far as Nagasaki , Japan in , but it was long unknown whether it arrived.

It was meant as a gift, and, despite its rarity, was considered of equal value to a white deer and a bezoar stone. It is the last recorded live dodo in captivity.

Like many animals that evolved in isolation from significant predators, the dodo was entirely fearless of humans. This fearlessness and its inability to fly made the dodo easy prey for sailors.

Bones of at least two dodos were found in caves at Baie du Cap that sheltered fugitive slaves and convicts in the 17th century, which would not have been easily accessible to dodos because of the high, broken terrain.

The impact of the introduced animals on the dodo population, especially the pigs and macaques, is today considered more severe than that of hunting.

It has been suggested that the dodo may already have been rare or localised before the arrival of humans on Mauritius, since it would have been unlikely to become extinct so rapidly if it had occupied all the remote areas of the island.

Such mass mortalities would have further jeopardised a species already in danger of becoming extinct.

Some controversy surrounds the date of their extinction. The last widely accepted record of a dodo sighting is the report by shipwrecked mariner Volkert Evertsz of the Dutch ship Arnhem , who described birds caught on a small islet off Mauritius, now suggested to be Amber Island :.

These animals on our coming up to them stared at us and remained quiet where they stand, not knowing whether they had wings to fly away or legs to run off, and suffering us to approach them as close as we pleased.

Amongst these birds were those which in India they call Dod-aersen being a kind of very big goose ; these birds are unable to fly, and instead of wings, they merely have a few small pins, yet they can run very swiftly.

We drove them together into one place in such a manner that we could catch them with our hands, and when we held one of them by its leg, and that upon this it made a great noise, the others all on a sudden came running as fast as they could to its assistance, and by which they were caught and made prisoners also.

The dodos on this islet may not necessarily have been the last members of the species. The authors also pointed out that because the last sighting before was in , the dodo was probably already quite rare by the s, and thus a disputed report from by an escaped slave cannot be dismissed out of hand.

The British ornithologist Alfred Newton suggested in that that the name of the dodo was transferred to the red rail after the former had gone extinct.

A account by English traveller John Marshall, who used the names "Dodo" and "Red Hen" interchangeably for the red rail, mentioned that the meat was "hard", which echoes the description of the meat in the account.

In any case, the dodo was probably extinct by , about a century after its discovery in Even though the rareness of the dodo was reported already in the 17th century, its extinction was not recognised until the 19th century.

This was partly because, for religious reasons, extinction was not believed possible until later proved so by Georges Cuvier , and partly because many scientists doubted that the dodo had ever existed.

It seemed altogether too strange a creature, and many believed it a myth. The bird was first used as an example of human-induced extinction in Penny Magazine in , and has since been referred to as an "icon" of extinction.

The only extant remains of dodos taken to Europe in the 17th century are a dried head and foot in the Oxford University Museum of Natural History , a foot once housed in the British Museum but now lost, a skull in the University of Copenhagen Zoological Museum , and an upper jaw in the National Museum, Prague.

The last two were rediscovered and identified as dodo remains in the midth century. Its provenance is unknown, and it is now lost, but it may have been collected during the Van Neck voyage.

The only known soft tissue remains, the Oxford head specimen OUM and foot, belonged to the last known stuffed dodo, which was first mentioned as part of the Tradescant collection in and was moved to the Ashmolean Museum in Since the remains do not show signs of having been mounted, the specimen might instead have been preserved as a study skin.

This indicates that the Oxford dodo was shot either before being transported to Britain, or some time after arriving. The circumstances of its killing are unknown, and the pellets are to be examined to identify where the lead was mined from.

Many sources state that the Ashmolean Museum burned the stuffed dodo around because of severe decay, saving only the head and leg.

Statute 8 of the museum states "That as any particular grows old and perishing the keeper may remove it into one of the closets or other repository; and some other to be substituted.

This remaining soft tissue has since degraded further; the head was dissected by Strickland and Melville, separating the skin from the skull in two halves.

The foot is in a skeletal state, with only scraps of skin and tendons. Very few feathers remain on the head.

The dried London foot, first mentioned in , and transferred to the British Museum in the 18th century, was displayed next to Savery's Edwards's Dodo painting until the s, and it too was dissected by Strickland and Melville.

It was not posed in a standing posture, which suggests that it was severed from a fresh specimen, not a mounted one.

By it was mentioned as being without its integuments , and only the bones are believed to remain today, though its present whereabouts are unknown.

The skull was rediscovered by J. Reinhardt in Based on its history, it may be the oldest known surviving remains of a dodo brought to Europe in the 17th century.

Other elements supposedly belonging to this specimen have been listed in the literature, but it appears only the partial skull was ever present a partial right limb in the museum appears to be from a Rodrigues solitaire.

Until , the only known dodo remains were the four incomplete 17th-century specimens. Philip Burnard Ayres found the first subfossil bones in , which were sent to Richard Owen at the British Museum, who did not publish the findings.

In , Owen requested the Mauritian Bishop Vincent Ryan to spread word that he should be informed if any dodo bones were found.

At first they found few bones, until they cut away herbage that covered the deepest part of the swamp, where they found many fossils.

Higginson sent boxes of these bones to Liverpool , Leeds and York museums. The situation is similar to many finds of moa remains in New Zealand marshes.

Clark's reports about the finds rekindled interest in the bird. Sir Richard Owen and Alfred Newton both wanted to be first to describe the post-cranial anatomy of the dodo, and Owen bought a shipment of dodo bones originally meant for Newton, which led to rivalry between the two.

Owen described the bones in Memoir on the Dodo in October , but erroneously based his reconstruction on the Edwards's Dodo painting by Savery, making it too squat and obese.

In he received more bones and corrected its stance, making it more upright. The remaining bones not sold to Owen or Newton were auctioned off or donated to museums.

He was successful, and also found remains of other extinct species. In , after a hundred years of neglect, a part of the Mare aux Songes swamp was excavated by an international team of researchers International Dodo Research Project.

To prevent malaria , the British had covered the swamp with hard core during their rule over Mauritius, which had to be removed. Many remains were found, including bones of at least 17 dodos in various stages of maturity though no juveniles , and several bones obviously from the skeleton of one individual bird, which have been preserved in their natural position.

Louis Etienne Thirioux, an amateur naturalist at Port Louis, also found many dodo remains around from several locations.

They included the first articulated specimen, which is the first subfossil dodo skeleton found outside the Mare aux Songes, and the only remains of a juvenile specimen, a now lost tarsometatarsus.

Together, these two skeletons represent the most completely known dodo remains, including bone elements previously unrecorded such as knee-caps and various wing bones.

Though some contemporary writers noted the importance of Thrioux's specimens, they were not scientifically studied, and were largely forgotten until , when sought out by a group of researchers.

The mounted skeletons were laser scanned , from which 3-D models were reconstructed, which became the basis of a monograph about the osteology of the dodo.

This was only the second associated skeleton of an individual specimen ever found, and the only one in recent times. Worldwide, 26 museums have significant holdings of dodo material, almost all found in the Mare aux Songes.

The Natural History Museum, American Museum of Natural History , Cambridge University Museum of Zoology , the Senckenberg Museum , and others have almost complete skeletons, assembled from the dissociated subfossil remains of several individuals.

They had been stored with crocodile bones until then. When the journal was published in , it was accompanied by an engraving of a dodo from Savery's "Crocker Art Gallery sketch".

Tatton in Sporadic mentions were subsequently made by Sieur Dubois and other contemporary writers. When 17th-century paintings of white dodos were discovered by 19th-century naturalists, it was assumed they depicted these birds.

Oudemans suggested that the discrepancy between the paintings and the old descriptions was that the paintings showed females, and that the species was therefore sexually dimorphic.

The Pieter Withoos painting, which was discovered first, appears to be based on an earlier painting by Pieter Holsteyn, three versions of which are known to have existed.

According to Hume, Cheke, and Valledor de Lozoya, it appears that all depictions of white dodos were based on Roelant Savery's painting Landscape with Orpheus and the animals , or on copies of it.

The painting has generally been dated to , though a post, or even post, date has also been proposed. The painting shows a whitish specimen and was apparently based on a stuffed specimen then in Prague; a walghvogel described as having a "dirty off-white colouring" was mentioned in an inventory of specimens in the Prague collection of the Holy Roman Emperor Rudolf II , to whom Savery was contracted at the time — Savery's several later images all show greyish birds, possibly because he had by then seen another specimen.

Cheke and Hume believe the painted specimen was white, owing to albinism. The ibis was reassigned to the genus Threskiornis , now combined with the specific epithet solitarius from the binomial R.

No fossil remains of dodo-like birds have ever been found on the island. The dodo's significance as one of the best-known extinct animals and its singular appearance led to its use in literature and popular culture as a symbol of an outdated concept or object, as in the expression " dead as a dodo ," which has come to mean unquestionably dead or obsolete.

Similarly, the phrase " to go the way of the dodo " means to become extinct or obsolete, to fall out of common usage or practice, or to become a thing of the past.

The dodo appears frequently in works of popular fiction, and even before its extinction, it was featured in European literature, as symbol for exotic lands, and of gluttony, due to its apparent fatness.

It is thought that he included the dodo because he identified with it and had adopted the name as a nickname for himself because of his stammer, which made him accidentally introduce himself as "Do-do-dodgson", his legal surname.

The dodo is used as a mascot for many kinds of products, especially in Mauritius. The dodo is used to promote the protection of endangered species by environmental organisations, such as the Durrell Wildlife Conservation Trust and the Durrell Wildlife Park.

A fruitfly gene within a region of a chromosome required for flying ability was named "dodo". The Dodo used to walk around, And take the sun and air.

The sun yet warms his native ground — The Dodo is not there! The voice which used to squawk and squeak Is now for ever dumb — Yet may you see his bones and beak All in the Mu-se-um.

From Wikipedia, the free encyclopedia. For other uses, see Dodo disambiguation. Extinct large flightless pigeon from Mauritius. Conservation status.

Linnaeus , Dodo on a Mauritius 10 Rupees. Journal of Vertebrate Paleontology. BMC Evolutionary Biology. Arquivos de Zoologia.

Historical Biology : 1— Journal of Ornithology in German. Diese Strategie ging aber nur so lange gut, bis der Mensch eintraf und die behäbigen Bodenbewohner jagte.

Noch verheerender erwiesen sich vom Menschen mitgebrachte Säugetiere wie Ratten oder Schweine. Sie machten sich über die Nester des bodenbrütenden Vogels her und besorgten den Rest: Der Dodo wurde im späten Jahrhundert ausgerottet, der Rodrigues-Solitär hielt bis zur Mitte des Jahrhunderts durch, ehe er ebenfalls verschwand.

Eine neue Studie südafrikanischer Forscher versucht nun, etwas mehr Licht in die Frage zu bringen, wie der Dodo einst lebte.

Denn obwohl der Vogel eine Ikone des Artenschutzes und sogar sprichwörtlich geworden ist "dead as a dodo" , gibt es noch jede Menge Unklarheiten und Widersprüche.

Das beginnt schon beim Aussehen: Zeitgenössische Berichte sprachen von braunen ebenso wie von schwarzen oder taubenblauen Tieren. Der Hals sei nackt gewesen wie bei einem Geier Normalerweise graubraun, liefen sie dann für einige Zeit in einem schwarzen Daunenkleid umher, bis die neuen Federn nachgewachsen waren.

Zu ihren Ergebnissen kamen die Forscher durch genaue Analysen der Mikrostrukturen in den Knochen von 22 Dodos, die an verschiedenen Stellen von Mauritius gefunden worden waren.

Mauritius werd door de Portugezen aangeduid als "zwaneneiland" vanwege de grote aantallen dodo's die er rondliepen die enige gelijkenis vertoonden met zwanen.

De dodo werd ook door de Nederlanders vaak vergeleken met een zwaan, zoals blijkt uit een tekst uit De Portugezen hebben het eiland na hun bezoek in niet gekoloniseerd.

Mauritius was dus nog onbewoond toen enkele schepen uit de Tweede Schipvaart in het eiland aandeden om er vers water en voedsel te zoeken.

Admiraal Jacob Cornelisz van Neck had de leiding over de expeditie maar is zelf nooit aan land gekomen. Vice-admiraal Wybrand van Warwijck organiseerde drie verkenningstochten op het eiland.

De stuurman Heyndrick Dircksz Jolinck was daarbij aanwezig en waarschijnlijk is hij de eerste die de dodo heeft beschreven. In had Nederland op Mauritius een groot fort gebouwd, genoemd naar stadhouder Frederik Hendrik, de halfbroer van de naamgever prins Maurits.

De vogel leed wel enigszins onder de gevolgen van de kolonisatie, maar zou daardoor niet uitsterven. De dodo werd ook wel "walgvogel" genoemd en er is wel beschreven dat het vlees niet lekker smaakte.

In wordt in het boek Begin ende Voortgangh van de Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde Oost-Indische Compagnie de volgende beschrijving gegeven:.

Andere historische en archeologische bronnen geven weer een ander beeld. Het reisverslag van het VOC -schip de Gelderland vermeldt het volgende over de dodo:.

De citaten geven het idee dat het vlees eerder taai dan vies was. Waarschijnlijk hadden andere vogels, zoals vliegende duiven, rallen en papegaaien een betere smaak waardoor deze de voorkeur hadden boven het vlees van de dodo.

Cornelis Matelieff de Jonge beschreef naar aanleiding van zijn bezoek in de zomer van dat er een duidelijke voorkeur was voor het vlees van zeekoeien , zeeschildpadden en fruitetende vleermuizen boven het vlees van dodo's en landschildpadden.

De reden hiervoor was dat deze laatste twee dieren in dit seizoen op hun voedselreserves aan het interen waren en minder vet bevatten. Onder andere van Steven van der Hagen is beschreven dat hij gezouten dodovlees heeft gegeten.

Er zijn veel onjuiste verhalen in omloop dat dodo's in groten getale door de matrozen als etenswaar van het eiland gehaald zijn.

In het afval van het Nederlandse fort zijn botten gevonden van allerlei door de kolonisten meegevoerde diersoorten zoals honden, apen, katten, varkens en geiten.

Er werd echter geen enkel bot van een dodo aangetroffen. Dodo's werden door zeelui regelmatig mee naar huis genomen om ze te verkopen als curiositeit.

De dodo werd letterlijk als een vreemde vogel beschouwd omdat het dier niet kon vliegen. Dergelijke vogels werden niet goed begrepen in de westerse wereld.

Onder andere in India werden twee dodo's gezien in Surat door de Engelse handelsreiziger Peter Mundy — Van de dodo zijn verschillende exemplaren naar Europa gebracht aan het eind van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw.

Ten minste drie dodo's werden gezien in Europa, hoewel er in twee gevallen geen hard bewijs is dat ze ook levend aankwamen. Deze vorst had een enorme collectie opgezette dieren in zijn zogenaamde Kunst- und Wunderkammer , een soort menagerie.

Een tweede exemplaar werd naar Amsterdam gebracht in Mogelijk heeft deze dodo enige tijd geleefd in de menagerie -een soort voorloper van een dierentuin - van Maurits van Oranje.

De schilder Adriaan van den Venne heeft in een tekening van een dodo gemaakt. Waarschijnlijk vertoonde deze dodo misvormingen vanwege de lange reis en verkeerd voedsel zodat het dier was vetgemest.

Er zijn zelfs aanwijzingen dat Van den Venne de dodo die hij schilderde zelf nooit gezien heeft. Een derde exemplaar kwam in aan in Londen waar het publiekelijk te bezichtigen was.

Hierdoor is de dodo van Londen de enige waarvan onomstotelijk is vastgesteld dat het levend Europa heeft bereikt.

De beroemde bioloog Richard Owen verklaarde het uitsterven van de dodo door zijn "gedegenereerde en imperfecte bouw" maar dit wordt tegenwoordig als achterhaald beschouwd.

Volgens nieuwe inzichten vond er een drastische klimaatomslag plaats op Mauritius, ongeveer jaar geleden. Deze had een eeuwenlange droogte tot gevolg, die de dodo echter wist te overleven.

De dodo is ten onder gegaan als gevolg van de introductie van verschillende dieren door de mens op Mauritius, voornamelijk varkens , honden , ratten en apen.

Cornelis Matelieff de Jonge was de eerste die enkele invasieve roofdieren op het eiland beschreef, zoals de zwarte rat en de makaak , een kleine aap.

Beide dieren waren een geduchte vijand voor de eieren van de dodo. Ook het kappen van grote hoeveelheden bomen is waarschijnlijk van invloed geweest.

Er zijn echter nog steeds dichte bossen op Mauritius waarin dieren zich makkelijk kunnen verstoppen. De laatste waarnemingen van de dodo zijn tegenstrijdig: dodo's zijn gezien in , toen schipper Gerrit Ridder Muys met zijn boot de Grundel langs de kust van Mauritius voer: [29].

In het jaar werd voor het laatst een dodo beschreven waarbij ook onomstotelijk is vastgesteld dat het dier nog leefde.

De dodo werd vermeld op de dagregisters van het schip en heeft de reis van Mauritius naar Japan overleefd. Nadat het dier op Japan was aangekomen is er niets meer van vernomen.

Als jaartal van uitsterven wordt het meest genoemd, toen de dodo op een eilandje bij Mauritius werd waargenomen door Volkert Evertsz, een schipbreukeling van het gezonken schip de Arnhem.

De dodo moet toen al erg zeldzaam geweest zijn, aangezien een eerdere waarneming 24 jaar eerder was gedaan.

Het is aannemelijk dat de dodo nog een tijdlang na overleefde zonder dat iemand er een zag. Een andere onbevestigde melding komt van een ontsnapte slaaf genaamd Simon, die beweerde dat hij nog in een dodo gezien had.

Er zijn echter twijfels over deze waarneming. Het laatste verslag van levende dodo's stamt uit , toen Benjamin Harry, de eerste stuurman van de Berkeley Castle , met zijn schip bij Mauritius aanlegde.

Over de betrouwbaarheid van deze latere waarnemingen bestaat echter grote twijfel. De wetenschappers David Roberts en Andrew Solow schreven in in het blad Nature dat ze een statistische methode ontwikkeld hadden waarmee berekend kon worden hoelang een soort waarschijnlijk overleefde na de laatste waarneming.

Ze gebruikten de tien laatste waarnemingen van de dodo en kwamen tot de conclusie dat de dodo vermoedelijk pas uitstierf rond De dodo is niet bepaald de enige vogel die op Mauritius is uitgestorven, van de oorspronkelijke 45 soorten vogels verdwenen er uiteindelijk Ook de rode ral Aphanapteryx bonasia kon niet meer vliegen en kwam in de zeventiende eeuw voor op het eiland.

De rode ral verdween vermoedelijk rond De dodo was lange tijd slechts een van zovele uitgestorven dieren door toedoen van de mens.

Later besefte men dat de dodo lang niet de enige diersoort was die door direct handelen van de mens was uitgestorven. Deze vrij recente uitstervingsgolf waarbij allerlei dieren verdwijnen door toedoen van de mens wordt wel de holocene extinctie genoemd, ook de naam antropogene extinctie wordt wel gebruikt wat de lading beter dekt.

Tegenwoordig is de dodo een van de bekendste dieren die door de mens is uitgeroeid. Waar de reuzenpanda een iconisch symbool is voor bedreigde diersoorten vervult de dodo deze rol als het uitgestorven dieren betreft.

De dodo leefde tot enkele honderden jaren geleden en is dus vrij recentelijk uitgestorven. Van de meeste uitgestorven dieren zijn alleen fossiele sporen bekend.

Van recentelijk verdwenen vogelsoorten is meestal wel een geprepareerd exemplaar bekend. Een opgezette vogel wordt ook wel een balg genoemd.

Van de dodo is er echter geen enkele bewaard gebleven; alleen vele botten van verschillende exemplaren, enkele schedels en een poot resteren nog.

De meeste schetsen van de dodo zijn gebaseerd op opgezette exemplaren. Deze hadden vaak geen natuurgetrouwe lichaamsvorm. De lijken van vogels werden toentertijd simpelweg volgepropt met stro of ander plantaardig materiaal tot het 'vol' was, hierbij had men geen oog voor de oorspronkelijke lichaamsverhoudingen.

Andere tekeningen zijn gebaseerd op dieren die langere tijd in gevangenschap werden gehouden en sterk overvoerd werden. Daarnaast vertoonden dodo's die werden meegenomen naar het thuisland vaak misvormingen.

Schilderijen werden vaak vervaardigd zonder dat de kunstenaar het geportretteerde onderwerp in levenden lijve had gezien.

Veel tekeningen zijn gekopieerd of nageschilderd naar overvoerde dodo's of slecht opgezette exemplaren. Reisverslagen van zeelui die de dodo wel hebben gezien, zijn tegenstrijdig.

Sommigen spreken van slanke dodo's die rechtop staan, anderen van dikke dodo's die door hun poten zijn gezakt en met hun achterste over de grond slepen.

Op latere schetsen werd het postuur veel forser voorgesteld. Waarschijnlijk deden de tekenaars dit ook om hun tekening spectaculairder te maken.

Willem IJsbrantsz. Bontekoe schreef dat de dodo zo dik was dat het dier nauwelijks kon lopen. De waarnemingen van Bontekoe worden echter als onbetrouwbaar beschouwd.

Afbeeldingen van de dodo wijken sterk van elkaar af en er zijn vermoedelijk maar weinig natuurgetrouwe schetsen van het dier gemaakt. Wilde dodo's hadden waarschijnlijk geen opvallend groot achterlijf en waren niet zo dik als vaak werd afgebeeld.

Uit onderzoek in blijkt dat de vroegst gemaakte schetsen van de vogels in het wild vermoedelijk het meest natuurgetrouwe beeld geven.

Van slechts enkele schetsen is met zekerheid bekend dat ze gemaakt zijn van levende of pas gedode exemplaren op het eiland Mauritius zelf.

Deze schetsen zijn waarschijnlijk gemaakt door Joris Joostensz Laerle in , die ook vele andere dieren heeft getekend. Deze schetsen tonen een vrij slanke dodo.

Ook latere wetenschappelijke publicaties door wetenschappers zoals ornithologen en historici over de dodo zijn gebaseerd op speculaties. Dit komt doordat tekeningen en verslagen niet correct zijn geanaliseerd, er te veel waarde is gegeven aan alle mogelijke beschikbare gegevens en onvolkomenheden werden genegeerd.

De dodo was populair als studieobject en veel gegevens over het dier die niet goed bekend waren zijn uit enthousiasme door de auteur ingevuld.

Moderne reconstructies door de wetenschappers Kirchner en Hume pleiten voor een slanke dodo die bovendien hard kon lopen.

Een reconstructie van de dodo in Naturalis Biodiversity Center in Leiden laat een model zien naar de huidige wetenschappelijke inzichten. Hier is de dodo duidelijk slanker dan veel tekeningen uit de zeventiende eeuw weergeven.

Er zijn maar zeer weinig overblijfselen bekend van de dodo. Dit komt omdat er in de zeventiende eeuw slechts enkele exemplaren naar Europa zijn gebracht.

Als men toen de huidige waarde had gekend van een enkele goed geconserveerde dodo in de 21 eeuw waren er ongetwijfeld meer resten bewaard gebleven.

Bovendien stond men er in de zeventiende eeuw niet bij stil dat dieren door de negatieve invloed van mensen konden uitsterven. De eerste wetenschapper die hiervoor waarschuwde was Georges Cuvier in , ruim een eeuw nadat de dodo was verdwenen.

De weinige exemplaren die wel in musea terechtkwamen werden vaak zwaar beschadigd door ongedierte aangezien de taxidermie nog in de kinderschoenen stond.

De dodo was ook niet populair bij verzamelaars. Dit in tegenstelling tot kleurrijke paradijsvogels en levendige papegaaien.

Ook opgezette exemplaren van dergelijke felgekleurde soorten vonden gretig aftrek in natuurcollecties. De enige overblijfselen die nog zachte weefsels bevatten stammen van het exemplaar dat in in Londen werd gebracht.

Het dier overleed en werd opgezet en ergens tussen en werd het preparaat verkocht aan een welgestelde familie. Later werd deze dodo geschonken uit de erfenis aan het Ashmolean Museum in Oxford.

Het stond hier lange tijd in een depot maar werd steeds duidelijker dat dit dier het enige overblijfsel was van een ooit algemeen voorkomende soort.

Dit opgezette exemplaar werd later toegevoegd aan de collectie van het Natuurhistorisch Museum van Oxford Engeland.

De resten werden echter zwaar aangetast door verschillende insectenlarven en mijten die de veren opaten. Deze plaagdieren bedreigden de gehele collectie en de dodo werd in opdracht van de directeur in nagenoeg geheel verbrand: alleen de kop en de poot zijn nog over.

Rondom de kop is gedroogde huid aanwezig en ook een complete poot heeft de hitte doorstaan. In het Zoologisk Museum te Kopenhagen bevindt zich een beroemde schedel.

Het Nationaal Natuurhistorisch Museum, thans Naturalis Biodiversity Center in Leiden bezit negentiende-eeuwse afgietsels van zowel de poot uit Oxford als de schedel uit Kopenhagen.

Tevens heeft dit museum twee dijbenen, vier scheenbenen en vier middenvoetsbeentjes in zijn bezit. Het Mineralogisch-Geologisch Museum in Delft had tot een gereconstrueerd skelet in de collectie dat samengesteld was uit twee dodo's aangevuld met gipsafdrukken.

In het Natuurhistorisch Museum van Port Louis Mauritius bevindt zich het meest complete dodoskelet, [36] gevonden in door de amateurpaleontoloog Etienne Thirioux.

In musea over de gehele wereld zijn skeletresten te vinden. Deze stammen vrijwel allemaal uit de negentiende eeuw. In werden opgravingen gedaan in Mare aux Songes , een moerasgebied.

Aanvankelijk werden de dierlijke botten vermalen om ze als mest te gebruiken op het land, tot ontdekt werd dat sommige botten aan de dodo toebehoorden.

De leeftijd van de botten wordt geschat op ongeveer jaar. In oktober vonden enkele Nederlandse en plaatselijke onderzoekers op Mauritius enkele honderden botten en resten van het milieu waar de dodo in geleefd zou hebben; die vondsten waren circa tot jaar oud.

Hiermee zou voor het eerst een beeld geschetst kunnen worden van de leefwijze van de dodo. Doel van de expeditie was een reconstructie te maken van de wereld waarin de dodo leefde voordat de westerse mens voet aan land zette op Mauritius en de dodo uitstierf.

De expeditie moest meer licht werpen op de oorzaken van het verdwijnen van de dodo en zijn ecosysteem. Op 23 juni werd bekendgemaakt dat er een intact skelet van het onderlichaam van een dodo gevonden is; het is een heup, vier bijpassende beenbotten en andere botten, alsmede veel omgevingsmateriaal.

Er is goede hoop dat er in het gebied ooit een volledig dodoskelet gevonden zal worden. De gevonden dodo-botten kunnen in Naturalis bekeken worden.

In augustus is opnieuw een expeditieteam naar Mauritius geweest. Onder de expeditieleden bevonden zich deze keer ook grondwaterdeskundigen van het TNO Bouw en Ondergrond.

Zij hebben in het onderzoeksgebied van , het drooggevallen moeras Mare aux Songes aan de zuidoostkant van het eiland, een bouwput gemaakt.

Hiertoe werden eerst vier damwanden in de grond gebracht. Daartussenin werd de put uitgegraven. Door wegpompen vanuit de diepte werd voorkomen dat onder de damwanden door water zou toestromen en de put zou vollopen.

De put was anderhalve meter diep en drie meter breed. Met Nederlandse trots werd gesproken van een 'Dodo- polder '. De expeditie keerde terug met botten, niet alleen van de dodo, maar bijvoorbeeld ook van schildpadden.

Dertig mud aan opgegraven botten werd in het moeras achtergelaten. Dat achterlaten was de betrouwbaarste manier van bewaren.

De bovenste laag op de plek van de put bestond uit basaltblokken die in de jaren zestig in het moeras waren gedumpt om de malariamug te bestrijden door de habitat van de larven te vernietigen.

Onder deze 50 centimeter dikke laag volgt een laag van cm bestaande uit gyttja en houtresten. Daaronder ligt een acht meter dikke laag van koraalzand.

Dat koraalzand heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat juist hier zoveel botten te vinden waren. Een vulkanisch eiland als Mauritius heeft over het algemeen een zure bodem.

De kalk uit het koraal zorgde ervoor dat het zuur in dit moeras geneutraliseerd werd. In tijden van droogte was hier het enige drinkwater van goede kwaliteit van het eiland te vinden.

Het is dus niet vreemd dat alle dieren zich bij dit moeras verzamelden. Of die dieren ook allemaal tegelijk bij een ramp zijn omgekomen, is nog een open vraag.

Inmiddels is gebleken dat de fossiele resten jaar oud zijn. Een ander doel van de expeditie was onderzoek te doen naar landschappelijke aspecten van het eiland.

Men wil proberen het ecosysteem van destijds te reconstrueren. Dat is niet eenvoudig, omdat niet alle levensvormen in gelijke mate bewaard zijn gebleven.

De dodo verdween in een tijd waarin de studie van de vogels ornithologie nog geen gespecialiseerde tak van de wetenschap was. Hierdoor worden de meeste originele beschrijvingen beschouwd als niet erg betrouwbaar.

Schilderijen en tekeningen blijken sterk speculatief daar geen enkel schildering of tekening een exacte overeenkomst toont met enige andere weergave.

Een van de dodo's die in India terechtkwam, is samen met andere vogels op een schilderij uit circa afgebeeld.

Het kunstwerk is vermoedelijk door Ustad Mansur geschilderd en kwam uiteindelijk in de Hermitage Sint-Petersburg in Sint-Petersburg terecht.

Hier werd het portret van de dodo in herkend door de Russische bioloog Ilja Ivanov. De Duitse zoöloog Erwin Stresemann — beschouwde dit schilderij als de meest natuurgetrouwe afbeelding van een dodo die tot dan toe was gemaakt.

Twee experts op het gebied van de studie van de dodo die veel hebben gepubliceerd en nog steeds onderzoek verrichten zijn de Britse ecoloog en ornitholoog Anthony Cheke en de eveneens Britse paleontoloog Julian Hume Een bekende Nederlandse dodo-onderzoeker is Leon Claessens.

De dodo had een overwegend grijze kleur, de veren waren grijs en die op de staart en poten waren lichter tot wit.

Ook de buikzijde was lichter van kleur. De huid van de kop was donkerder dan het verenkleed. De dodo was een vrij plompe vogel die niet kon vliegen en waarschijnlijk een op een eend gelijkende, waggelende gang had.

De dodo had de bouw van een kalkoen maar was groter en wat omvang betreft vergelijkbaar met een zwaan.

Het verenkleed bestond voornamelijk uit donzige veren. De staartveren vormden een pluimachtig geheel. De vleugels waren sterk gedegenereerd en moeilijk te zien.

Het aantal slagpennen aan de vleugels was sterk gereduceerd. Ook de spieren aan de borstkas en de kam op het borstbeen waaraan de spieren waren aangehecht zijn grotendeels verdwenen, zodat de dodo een vrij plat borstbeen bezat.

De poten van de dodo waren kort en dik, ze waren geel van kleur. De poten droegen vier tenen, drie aan de voorzijde en een opponeerbare teen die naar achteren wees en diende als een soort "duim".

Alle tenen droegen stevige, zwarte klauwen. Het bekken en de beenderen van de poten waren -in tegenstelling tot de vleugels- wel goed ontwikkeld en sterk vanwege de strikt lopende levenswijze.

Uit verslagen van scheepslui blijk dat ze zeer snel en behendig konden rennen als ze in gevaar waren. Over hoe zwaar de dodo kon worden is enige discussie.

Er zijn schattingen die hem een gewicht van meer dan 20 kilogram toeschrijven. De dodo zou daarmee lichter geweest zijn dan veel illustraties van het dier aangeven.

De kop was aan de voorzijde kaal, pas achter de ogen en boven op de kop waren veren aanwezig. De veren op de kop stonden iets omhoog, wat enigszins doet denken aan een capuchon.

De ogen hadden een oranje tot witte iris , die afstak tegen de donkergrijze tot zwarte huid. De zware snavel was relatief breed en lang en had een rond uiteinde, de snavel was duidelijk naar onderen gekromd.

De snavel had een duidelijke 'overbite'; het bovenste deel van de snavel overlapte het onderste deel. Een groot deel van de snavel en de randen waren geel tot groengeel van kleur.

De snavelpunt was zwart van kleur. De neusgaten waren aan de voorzijde van de snavel geplaatst en waren opvallend dicht bij de snavelpunt gelegen.

De snavel was hierdoor zeer geschikt om hard voedsel te kraken, zoals harde zaden. De snavel werd ook gebruikt om te vechten en ter verdediging, zie onder levenswijze.

Het skelet van de dodo lijkt sterk op dat van een duif, hierdoor werd al lange tijd vermoed dat de dodo aan de duiven verwant was.

Der Dodo Heute denkt man, dass viele Dodos in der Natur vielleicht nur halb so schwer waren. Tony Bet flugunfähiger, etwas plumper Vogel, der vor der Ankunft der europäischen Seefahrer keinerlei Feinde kannte und daher auch keine Verteidigungsmechanismen entwickelt hatte, wurde von den Menschen zunächst als potentieller Fleischlieferant gejagt. Also wurden Dodos zusammen mit essbaren Meeresschildkröten an Bord mitgenommen. Weitere Artikel aus der Redaktion. Danach gab es noch weitere Berichte über Dodos, Spiele Triple Tigers - Video Slots Online sind sie nicht so zuverlässig. Das Gewicht des Vogels lohnte die Jagd. Röntgenaufnahme von Magen, Galle od. Rolf App Rijsdijk schätzte seinen Dodo-Fund als den umfangreichsten überhaupt ein. Denn auf der Kilometer langen Überfahrt bis nach Indien gab es keine weitere Zwischenstation mehr. Da Mauritius Der Dodo und feuchte Jahreszeiten hat, hat der Dodo sich möglicherweise am Ende der Regenzeit Fett angefressen, um so die Trockenperioden, in denen Nahrungsmangel herrschte, zu überdauern. Auf eine dritte mögliche Erklärung sind im Juni von einem niederländischen Geologen geleitete Forscher gestossen, als sie in einem ehemaligen Moor eine grosse Menge an Tierknochen und Pflanzensamen fanden. Der Dodo, auch Dronte genannt, ist eine ausgestorbene Vogelart. Dodos lebten auf der Insel Mauritius, die östlich von Afrika liegt. Verwandt. Vielen Arten aber droht das Aussterben. Deshalb erinnern wir heute an einen Vogel, dem dieses Schicksal beschieden war: den Dodo. Dodo – schon der Name hört sich nicht gerade clever an: Der ausgestorbene Vogel der Insel Mauritius gilt geradezu als ein Symbol für. Der Dodo oder Raphus cucullatus beschreibt eine ausgestorbene Vogelart, die zur Familie der Tauben gezählt wurde und auf Mauritius und Réunion, zwei im. Kaum von Europäern entdeckt, war der Vogel auch schon ausgestorben. Das Schicksal des Dodo ist vielleicht nicht einzigartig, zeigt aber.

Der Dodo Video

Kitten Who Wasn't Supposed To Live Is The Feistiest Girl Now - The Dodo Cat Crazy

Der Dodo Video

Kitten Who Wasn't Supposed To Live Is The Feistiest Girl Now - The Dodo Cat Crazy

1 comments

Es ist möglich und nötig:) unendlich zu besprechen

Hinterlasse eine Antwort